Otto Hetterscheid

 

Herinneringen aan de stilte

 

In alle opzichten kan je Otto Hetterscheid omschrijven als een bedachtzaam, integer en gedreven man. Al deze eigenschappen komen steeds terug als hij zijn levensverhaal vertelt, zelfs als het gaat om de eerste vijftien jaar van zijn leven.

Ik ontmoette Otto Hetterscheid voor het eerst enkele jaren geleden. Elke eerste zondag van de maand stond hij om twee uur voor mijn galerie met een aantal vrienden, steeds dezelfde. Een zeer aangenaam begin van de zondagmiddag. Dat is zo gebleven en ik beschouw dat als een teken van grote betrouwbaarheid en loyaliteit, niet alleen ten opzichte van mij maar ook ten opzichte van de vrienden die hij bij zich had.

Zijn huis op het voormalig WG terrein is zeer doelmatig ingericht en ademt een werkzame, maar ook zeer rustige sfeer. Er staan kunstboeken en cd’s in de kast en daarnaast hangt er kunst, niet te veel, aan de muur. Boven staan de ingelijste tekeningen, klaar om naar diverse tentoonstellingen te gaan. Vanaf 1969 exposeert Hetterscheid namelijk in een onafgebroken stroom bij diverse galerieĎn door heel Nederland, getuige zijn c.v. achterin deze publicatie.

                                                                                                        

 

Hetterscheid houdt van het werk van Joseph Beuys (vooral van de tekeningen) en Robert Motherwell en ik denk inderdaad dat zijn werk zich daartoe op een bepaalde manier verhoudt. Het schriftuurlijke in het werk van beide, de esthetiek en de sfeer die vooral uit de tekeningen van Beuys spreekt, zijn ook vertegenwoordigd in het werk van Hetterscheid.

 

Wat de muziek betreft moeten we het zoeken bij de cantates van Bach waarover hij zegt:

“als ik dat hoor denk ik: als er een hemel is dan moet het er daar ongeveer zo uitzien.”

Ook de cello suites hebben diepe indruk op hem gemaakt door de abstractie en het moderne, tijdloze ervan. Overigens houdt hij van een breed scala van klassieke muziek, zoals hij ook erg veel inspiratie kan putten uit het bezoek van vele tentoonstellingen van collega’s. Opvallend was, in verband met zijn werk, zijn verhaal over een bezoek aan het nieuwe stadhuis van Den Haag dat ontworpen is door Richard Meier. Hij houdt erg van architectuur en was zeer geēmponeerd door de stilte en rust, de ruimte die Meier geschapen heeft met dit imposante gebouw.

 

Otto Hetterscheid werd geboren in Vught in 1927. Al op jonge leeftijd zat hij in de onverwarmde keuken potjes na te tekenen als zijn ouders bezoek hadden. Hij trok ook veel naar buiten, het liefst als het sneeuwde, om aquarellen te maken. De kou deerde hem daarbij niet. Hij was al vroeg een dromer en luisterde het liefst naar de stilte om hem heen.

 

Via gebonden Elsevier-afleveringen kwam hij voor het eerst in contact met ‘echte’ kunst door de reproducties van werken van schilders van de Haagse School. Het stond vanaf dat moment voor hem vast dat hij naar een kunstnijverheidsschool zou gaan.

Aangezien dat door de oorlog allemaal erg moeilijk werd, solliciteerde hij na de oorlog, in de jaren vijftig, op een baan bij een reclamebureau in Amsterdam. Daardoor kwam hij in de standbouw terecht en beletterde hij jarenlang wanden van stands in de jaarbeurs in Utrecht.

Uiteindelijk voelde hij zich niet thuis in deze wereld, ging lessen volgen aan de latere Rietveld academie en werkte als succesvol free-lance graficus. Toch bleef hij veel vrij werk, collages, maken en zodra het kon zegde hij het grafische- en reclame werk op, een commerciĎle wereld die niet voor hem was, en werd hij full-time kunstenaar. Gevraagd in welke traditie hij zichzelf plaatst denkt hij aan kunstenaars als Tąpies, Motherwell, Beuys, Twombley. Inderdaad zijn de tekeningen van Hetterscheid atmosferisch, abstract, schriftuurlijk, spontaan en tegelijk zeer esthetisch. Het is altijd moeilijk een abstract werk te beschrijven zonder associaties te gaan noemen die meespelen bij het bekijken van het werk. Eerst dus maar eens Otto Hetterscheid zelf aan het woord over het ontstaan van zijn werk.

“Ik begin vanuit het niets, altijd met acrylverf op waterbasis. Ik aquarelleer als het ware met acryl. Ik probeer voor ik begin zo leeg mogelijk te zijn, net zo leeg als het lege blad voor me. Bij het maken zijn mijn intuētie en gevoel belangrijker dan het verstand. Constant zei in een interview dat hij begint bij een vlek op het papier: zoiets is het bij mij ook wel. Als er al werkend een vlek ontstaat kan ik daarvan gebruik maken binnen de compositie. Het gaat me om het materiaal en de vorm die ontstaat door allerlei omstandigheden. Er moet uiteindelijk natuurlijk wel een richting in de compositie zitten.

Ik geef de werken met opzet geen titels, ze staan op zichzelf en ik wil er niets extra’s inleggen. Het werk heeft mijn taal in zich, maar ik wil dat er iets geheim blijft, dat de betekenis niet al te expliciet is. Als ik aan het werk ben zie ik niet wat ik doe. Later, bij het beoordelen, kan ik pas zien wat er gebeurd is. Ik wil met minimale middelen een beeld oproepen en daar bedoordeel ik het dan ook later op. Het werk moet er niet gemaakt uitzien, maar juist vanzelfsprekend, of het er altijd geweest is.”

 

Dit breng mij op de stilte in zijn werk. Door de aardkleuren ontstaat er een enorme rust. Hetterscheid gebruikt bovendien zachte tinten die van heel dichtbij moeten worden bekeken wil zich iets openbaren. Daardoor ontstaat er een door hem gezochte intimiteit tussen de beschouwer en het werk. Die intimiteit wordt natuurlijk ook weer versterkt doordat het tekeningen zijn. De tekeningen worden in een kleine periode van grote concentratie gemaakt, waarbij Hetterscheid zeer dicht op het materiaal zit. Je kijkt als het ware in de ziel van de kunstenaar.

Van dichtbij valt de nerveuze, soms zelfs agressieve lijnvoering op, maar daar tegenover staat dan weer de enorme ruimte en rust van het totale beeld. Soms valt er een rode plek op of lijkt er een gezicht door de flarden mist op te duiken.

 

Net als vroeger brengt Otto Hetterscheid het liefst grote delen van de dag dagdromend en luisterend door.

Wandelend door ScandinaviĎ of Ierland en Schotland beleefde hij mooie momenten in gebieden waar zo weinig mogelijk toeristen zijn. Hij heeft zich voorgenomen op een volgende reis voor het eerst een tekenblokje mee te nemen. Net als vroeger in de sneeuw in Vught gaat hij proberen zijn beleving ter plekke te vangen in een beeld. Of hem dat zal lukken weet ik niet want uiteindelijk ben ik tot de conclusie gekomen dat de beelden die Otto Hetterscheid produceert herinneringen zijn aan het enorme gebied van de stilte en aan de geluiden die de stilte tastbaar maken.  Die herinneringen zijn niet van het moment zelf maar blijven altijd bij je.

 

Anneke Oele